Van Streek Post (11).

Het terug vinden van ‘t Reghthuijs van Kudelstaart.


Dorpsgezicht Kudelstaart rond 1790.

Het mooie van oude brieven, en vouwbrieven in het bijzonder, is dat alle gegevens van zowel de verzender als de ontvanger er nog zijn. Een heerlijke kijk in de tijd, de manieren van omgang en de dingen waar men zoal over schreef. Maar ook geven ze een beeld van de verwerking van de post in die tijd.
Het vinden van brieven van voor de postzegeltijd (1852) is prachtig, een brief vinden uit het jaar 1727 kan dan beschouwd worden als een waar feest.
De kerk van Hollands Kudelstaart.

In de loop der tijd komen er allemaal Aalsmeer brieven op je pad, de een nog bijzonderder dan de andere en allemaal verschillend. Hoewel, de brieven, nu gevonden uit de tijd tussen 1727 en 1852 (begin van de postzegeltijd in Nederland), hebben toch ook een hele duidelijke overeenkomst. De brieven komen naar Aalsmeer via Kudelstaart !!! Kudelstaart werd in 1812 (door Napoleon) een deel van Aalsmeer. Je zou dus andersom verwachten, post voor Kudelstaart via Aalsmeer.

De Groote Haarlemmer- of Leydse Meer en onze waterrijke omgeving.

Om dit te begrijpen moeten we ons verplaatsen naar de tijd van de brief van 1727. Door turfwinning was onze omgeving grotendeels afgegraven en waren grote wateren ontstaan. Naast de nu nog bestaande Westeinderplassen waren daar toen ook het Grote Haarlemmer- en Leidsemeer, Vriezenkoop, de Legmeer en de Oosteinderpoel.
De Herenweg (in rood), via Kudelstaart van Amsterdam naar Leiden, Den Haag en verder.

Slechts één weg lag tussen deze enorme watervlaktes door, de Herenweg. Deze weg verbond de wereldstad Amsterdam, Amsterdam was in de ‘Gouden Eeuw’ het middelpunt van de wereld, met de rest van de wereld. Een soort A4 van de ‘Late middeleeuwen’, de weg waarmee Amsterdam contact had met het achterland en waarover de heren en de post gingen. Aalsmeer lag in die tijd aan de rand van het Grote Haarlemmer- en Leidsemeer en ging bijna in de golven ten onder.

Jan Abrahamsz. Beerstraaten, gezicht op de kerk te Kudelstaart in de winter (ca. 1650).

Kudelstaart lag aan deze, in de wijde omgeving verreweg belangrijkste, weg en had daaraan een herberg of wel ‘t Reghthuijs. Bij dit ‘Reghthuijs tot Cudelstart’ werd de post, bestemd voor de wijde omgeving, afgegeven en per loopbode verder bezorgd. Voor deze verdere bezorging werd door de waard van het Reghthuijs gezorgd, Gerrit Pietersz Groenintwout was van 1721 t/m 1734 waard en bode tot Cudelstaert. Lange tijd was Kudelstaart, Cudelstaert, Cudelstart, of hoe verder ook de schrijfwijzen waren, een belangrijk dorp met in het centrum het Reghthuijs. Een herberg met een kegelbaan een paardenwisselplaats en allerlei andere activiteiten.
Zoals altijd zorgt het vinden van een antwoord weer voor vele nieuwe vragen.
Waar had dat Reghthuijs gestaan? Want, wat zeker was, het was al vele jaren geleden uit het dorp verdwenen. Zoekende in eigen boekenkast vond ik in de ‘Kadastrale atlas van Noord-Holland 1832 deel 5’ tussen de gegevens over Aalsmeer en Kudelstaart informatie over de plaats waar in die tijd het ‘Reghthuijs tot Cudelstart’ had gestaan.
Het ‘Reghthuijs tot Cudelstart’ had gestaan in het ‘Hollands Kudelstaart’. ‘Hollands Kudelstaart’? Het veengebied waar we over spreken werd rond de jaren 1200 ontgonnen. Vanuit het noorden werd de ontginning op initiatief van de Graven van Holland gedaan, vanuit het zuid-oosten door de Bisschop van Utrecht.
Beide ontginningen, landje pikken, van het veen troffen elkaar te Kudelstaart. Zo ontstonden er twee Kudelstaarten, het Hollandse deel werd aanvankelijk aangeduid met ‘Sconedorpe’.

Kadasterkaart van Kudelstaart uit 1832:
In rood de huidige Legmeerdijk, In geel de Kudelstaartseweg naar de watertoren,
in groen de Kudelstaartseweg richting het 'Fort van Kudelstaart', in oranje cirkel
de kerk en in paars het kerkepad tussen kerk en Kudelstaartseweg.


(in de cirkel zien we de kerk, de pijl wijst de plaats van ’t Reghthuijs aan op de hoek van het Kerkepad en de huidige Kudelstaartseweg)

Het ‘Hollandse Kudelstaart’ en het ‘Stichtse Kudelstaart’. Het ‘Reghthuijs tot Cudelstart’ lag in het ‘Hollandse Kudelstaart’, rechts van het ‘Kerkepad’ dat ging naar de Hervormde kerk en verder liep tot aan De Kwakel. Het kerkepad van toen was door de vervening van de Legmeer verworden tot een smal paadje en is uiteindelijk verdwenen in de golven. Ook de kerk, die achter het Reghthuijs stond, is uit het Hollandse Kudelstaart verdwenen. Op de kadastrale kaart van 1832 is goed te zien waar de kerk stond en vanaf daar is ook goed te herleiden waar het Reghthuijs stond.

Het ‘Reghthuijs tot Cudelstart’ stond in wat we tegenwoordig het gehucht ‘Vrouwentroost’ noemen.

Daar ter plaatse zoekend blijkt dat er vrijwel niets meer rest uit de glorietijd van het ‘Hollands Kudelstaart’. Maar, toch niet alles is weg.
Lopend over de Kudelstaartseweg in Vrouwentroost komen we een bordje tegen van de ‘Stichting Oud Aalsmeer’ met daarop de uitleg over het ‘Kerkepad’, dit witte bord staat links van een heel klein stukje van het pad dat nu nog rest.

Rechts naast dit pad staat nu een huis van ook al bijna honderd jaar oud, op die plek stond eens het Kudelstaartse Reghthuijs. Het ‘Reghthuijs tot Cudelstart’, eens een verzamelplaats van mensen, dieren en post. Weinig rest er meer van dit roemrijke verleden. Alleen nog ca. dertig meter van het Kerkepad, daarachter ligt nu de drooggemaakte Legmeerpolder.

Nu speciaal wat over de post in de ‘staart’ van het artikel.

Op brieven uit de periode tussen 1727 en 1831 zien we verschillende manieren van schrijven van de bezorgingsopdracht. Op de brief van 7 september 1727 zien we links boven dat hij franco betaald is te Alphen, heel bijzonder in die tijd omdat toen de ontvanger de post moest betalen. In dit geval is de brief een aanmaning wat de vooraf betaalde port kan verklaren. Izaak Bliekvliet was Schout (burgemeester) van den Ambagte van Aalsmeer en Steedehouder van Kennemerland. Aalsmeer werd toen nog tot Kennemerland gerekend.
De aantekening links onderaan is voor de waard van het Kudelstaartse Reghthuijs.
‘Af te geven tot Cudelstaert om Cito (snel) voor te bestellen, port voldaan’.


De aantekening links onderaan is voor de waard van het Kudelstaartse Reghthuijs.
‘Af te geven tot Cudelstaert om Cito (snel) voor te bestellen, port voldaan’.
Opdracht links onder; ‘deeze aftegeven int Reghthuijs tot Cudelstart en ten ersten te besorgen’. Een behoorlijke spoed bestelling dus!

Schrijven van 10 februari 1754.


Opdracht voor bode; ‘af te geven int Reghthuijs tot Kudelstaert om verder te besorgen tot Aalsmeer’


Niet altijd werd deze toevoeging gedaan zoals op deze brief van 30 oktober 1831 aan de Heer Slob, Schout van Kudelstaart etc: etc: (etc: staat voor ook schout van Aalsmeer en Uithoorn)


Ook op de brief van 4 april 1821 is te lezen dat de brief voor de Aalsmeerse Burgermeester van Zijverden moet worden afgegeven te Kudelstaart.


Laatste tot nu toe bekende vouwbrief voor Aalsmeer met de verwijzing ‘aftegeven te Kudelstaart’ is van 17 oktober 1831. De plaatsbepaling, het Reghthuijs, is inmiddels dan verdwenen.

Met het droogmalen van de ons omliggende wateren vervalt de bijzondere functie van de weg voor de hoge heren en de post. Postkoetsen, trekschuiten en hondenkarren gaan ook andere routes nemen die voordien door het water onbegaanbaar waren. Zo verliest Kudelstaart zijn functie als centrum voor de post. Een roemrucht verleden waar weinig van rest in het heden.

Dit was het oudste stukje uit het verhaal van mijn lezing op maandag 7 maart 2016 bij Postzegelvereniging Aalsmeer. De lezing handelde over de post van Kudelstaart vanaf 1727 t/m het heden. Andere facetten van deze lezing komen waarschijnlijk later nog eens hier aan de orde.
Het zoeken naar oudere post, van voor 1727, gaat natuurlijk voort. Wie weet wat dat voor leuks en interessants naar voren brengt. Kan mijn nieuwsgierigheid nauwelijks bedwingen!


 

april 2016, Klaas F. Keessen




Zie ook op deze Site al andere eerder verschenen artikelen;

Verenigingsblad Postzegelvereniging Aalsmeer

 

  
  Voor meer informatie: